Jan Slauerhoff: African Elegy (From Dutch)

African Elegy
By Jan J. Slauerhoff
Translated by A.Z. Foreman

He sits on the platform of his factory,1
The yellow Congo slowly slushing by 
With gurgling and interminable ado. 
He sees through cracks in the old floor's bamboo 
Black trunks and crocodiles floating in the night. 
He muses bitterly: "Idyllic sight! 
It's Sunday in Europe everywhere today, 
In Brest, Bordeaux, on every harbor quay. 
Bathed in soft sunlight, every city street 
Is clear of carriages, in peace so sweet. 
Each church's choir sings with sacred calm 
And even folk outside can hear a psalm. 
At evening drunken sailors dance about 
With barmaids, till they bumble and pass out... 
While I sit here with a bad glass of Toddy2,
Six tropic years' exhaustion in my body. 
I haven't had the stomach in seven days 
For pleasure in my negro girl's embrace. 
She's there to appease my every appetite 
And sure enough she'll strangle me one night, 
And the Chief - her brother - feast on the white slaughter 
Just as she promised him the day I bought her. 
I now forget the word that filled her screams, 
Though it obsesses me in fever-dreams." 

He fires three pistol shots. Down drops an ape's 
Corpse from a tree into a grave that gapes 
Suddenly from the brown and muddied deep 
Where a crocodile slept, soon to fall back asleep. 
He puts on an old, grating gramophone. 
A twostep plays: despairing monotone. 
From trees across the river whooshes an arrow. 
He hopes for Death's Salvation in that narrow  
Moment, as a child seeing a shooting star 
Stammers a heart-swelled wish. But it is far 
Off. The plumed kill-dart vibrates in hard wood.  
Confounded steps retreat through the dark wood.... 


1 - The word "factory" here refers to a colonial storage and trading facility. See this Wikipedia article for more.

2 - Toddy: here a kind of low-quality palm wine produced locally.


The Original:

Afrikaansche Elegie

Hij zit op 't platform van zijn factorij.
De geele Congo kabbelt traag voorbij
Met onophoudelijk borrelend rumoer.
Onder de spleten van den bamboevloer
Drijven boomstammen door en krokodillen.
Hij mijmert bitter: "Dit is mijn idylle.
't Is in Europa Zondag, overal,
In Brest, Bordeaux, aan iedren havenwal.
En in die steden zijn zachtzonnige straten
Nu onbereden en vredigverlaten.
In alle kerken zingen kalme koren,
Ook buitenstaanders kunnen psalmen hooren.
Vanavond danst de dronken varensgast
Met zijn barmeid, tot hij is volgebrast,
Terwijl ik hier zit voor een slecht glas toddy,
Moeheid van zes jaar tropen in mijn body.
Ik heb al sinds verleden week geen zin
In de omhelzing van mijn negerin,
Die voor mijn eet- en minnelust moet zorgen,
Mij weldra op een goeden nacht zal worgen
En braden voor haar broer, het opperhoofd;
Zij heeft het hem, toen ik haar kocht, beloofd.
't Woord dat zij krijschte, dat ik heb vergeten,
Maakt me in doorkoortste droomen wild bezeten."

Hij schiet driemalen zijn revolver af:
Een aap valt uit zijn klapperboom in 't graf
Dat plotseling uit de bruine modder gaapt,
Waar 'n kaaiman sliep - die weldra verder slaapt.
Dan draait een schor geschreeuwde gramofoon;
Een twostep schalt - wanhopig monotoon -
Uit het geboomte aan de' oever snort een pijl:
Een oogenblik hoopt hij zijn dood, zijn heil,
Zooals een kind bij 't vallen van een ster
Een hartewensch snel stamelt; maar 't is ver
Mis, het gevederd moordtuig trilt in 't hout,
Verward gekraak verwijdert zich in 't woud...


No comments:

Post a Comment